PTSS en traumaverwerking: wat het is, hoe het werkt en wat helpt
Inhoudsopgave
- Inleiding
- 1. Trauma is niet hetzelfde als PTSS
- 2. De gouden driehoek: wanneer spreken we van PTSS?
- Herbeleving
- Vermijding
- Hyperarousal (verhoogde prikkelbaarheid)
- 3. PTSS versus Complex PTSS
- 4. Wie ontwikkelt PTSS? Risicofactoren
- Voor de gebeurtenis
- Tijdens en na de gebeurtenis
- 5. Wat gebeurt er in het brein bij trauma?
- 6. Drie verwerkingsfactoren
- Cognitieve verwerking
- Emotionele verwerking
- Betekenisverlening
- 7. Bewezen en ondersteunende behandelvormen
- EMDR
- Brainspotting
- Ademtherapie
- Bio-energetische therapie
- Focustherapie
- Gestalt en systemisch werk
- Innerlijk kindwerk en deelwerk
- 8. Onze geintegreerde aanpak bij Praktijk Levenswerk
- 9. Wanneer professionele hulp inschakelen?
- 10. Hoop: het brein is plastisch
- Wetenschappelijke bronnen
- Klaar om de eerste stap te zetten?
Inleiding
Trauma raakt veel meer mensen dan we ons realiseren. Onderzoek laat zien dat ongeveer 80 procent van de Nederlanders ooit een potentieel traumatische gebeurtenis meemaakt, zoals een ernstig ongeval, geweld, verlies of misbruik (de Vries en Olff, 2009). Slechts een klein deel ontwikkelt daar een posttraumatische stressstoornis (PTSS) van, maar voor wie het overkomt zijn de gevolgen ingrijpend. In dit artikel leggen we wetenschappelijk onderbouwd uit wat PTSS is, hoe complex trauma daarvan verschilt, wat er in het brein gebeurt en welke behandelvormen bewezen effectief zijn. Het artikel is bedoeld voor iedereen die meer wil weten, of die vermoedt zelf of een naaste te maken te hebben met traumagerelateerde klachten.
1. Trauma is niet hetzelfde als PTSS
Een belangrijk uitgangspunt: trauma en PTSS zijn niet hetzelfde. Veel mensen ervaren ingrijpende gebeurtenissen zonder een stoornis te ontwikkelen. Om verwarring te voorkomen, een korte begrippenkaart:
- Traumatische ervaring: een schokkende gebeurtenis die potentieel overweldigend is. Niet iedereen die dit meemaakt, ontwikkelt klachten.
- Psychotrauma: de psychische verwonding die overblijft wanneer een traumatische ervaring niet (volledig) verwerkt wordt.
- PTSS: een specifieke, classificeerbare stoornis met een herkenbaar klachtenpatroon volgens de DSM-5. Relatief goed behandelbaar.
- Complex PTSS (C-PTSS): meervoudig, langdurig en vaak interpersoonlijk trauma, doorgaans in de vroege jeugd. Bredere klachtenpresentatie en intensiever traject.
- Traumagerelateerde stoornis: overkoepelende term voor PTSS, C-PTSS en aanverwante beelden.
Het verschil maken in taal helpt om de juiste behandeling te kiezen en realistische verwachtingen te scheppen.
2. De gouden driehoek: wanneer spreken we van PTSS?
Volgens de DSM-5 kent PTSS drie kernsymptoomclusters die alle drie aanwezig moeten zijn voor de diagnose. Dit wordt ook wel de gouden driehoek genoemd.
Herbeleving
- Intrusies: opdringerige herinneringen die ongewild terugkomen.
- Nachtmerries over de gebeurtenis.
- Flashbacks waarin het voelt alsof het opnieuw gebeurt.
- Intense lichamelijke reacties bij triggers.
Vermijding
- Vermijden van gedachten of gevoelens die met de gebeurtenis te maken hebben.
- Vermijden van plaatsen, mensen of situaties die eraan herinneren.
- Emotionele verdoving (numbing).
- Gevoel van onthechting van de omgeving.
Hyperarousal (verhoogde prikkelbaarheid)
- Slaapproblemen of moeite met inslapen.
- Prikkelbaarheid en woede-uitbarstingen.
- Concentratieproblemen.
- Overdreven schrikrespons.
- Voortdurende waakzaamheid (hypervigilantie).
De klachten moeten langer dan een maand aanwezig zijn, significant lijden veroorzaken en direct gekoppeld zijn aan een identificeerbare traumatische gebeurtenis. Is dat niet het geval, dan zijn andere diagnoses aan de orde.
3. PTSS versus Complex PTSS
Sinds de ICD-11 (2018) erkent de Wereldgezondheidsorganisatie Complex PTSS officieel als aparte diagnose. Het verschil zit niet alleen in de aard van het trauma, maar ook in de gevolgen.
PTSS ontstaat meestal na een afgebakende of eenmalige gebeurtenis op volwassen leeftijd, vaak met sociale steun in de omgeving. De prognose is goed: behandeling met EMDR of cognitieve gedragstherapie geeft bij veel mensen binnen enkele maanden duidelijke verbetering.
Complex PTSS ontstaat door langdurig en herhaald trauma, vaak interpersoonlijk en al in de vroege jeugd of zelfs prenataal. Naast de drie kernsymptomen van PTSS spelen verstoorde hechting, een negatief zelfbeeld, problemen met emotieregulatie en moeite met relaties. Het behandeltraject is langer en meerfasig.
Klinische noot: persoonlijkheidsstoornissen worden in toenemende mate gezien als vergaande uitingsvorm van vroegkinderlijk trauma. Wanneer de traumacomponent wordt behandeld, verminderen ook persoonlijkheidsgerelateerde klachten doorgaans significant (Van der Kolk, 2014).
4. Wie ontwikkelt PTSS? Risicofactoren
Slechts 7 tot 8 procent van de mensen die een potentieel traumatische gebeurtenis meemaken ontwikkelt uiteindelijk PTSS (Kessler et al., 2005). Of iemand klachten ontwikkelt, hangt af van een combinatie van factoren.
Voor de gebeurtenis
- Eerdere traumatische ervaringen.
- Bestaande psychische klachten.
- Instabiele gezinssituatie of opvoeding.
- Vrouwelijk geslacht (ongeveer twee keer hogere kans).
- Lager opleidingsniveau.
- Biologische gevoeligheid (genetisch en epigenetisch).
- Intergenerationeel trauma (ouders of grootouders).
Tijdens en na de gebeurtenis
- Aard: interpersoonlijk geweld of misbruik geeft hogere kans dan een ramp of ongeluk.
- Duur en herhaling van de traumatische situatie.
- Gevoel van hulpeloosheid en controleverlies.
- Gebrek aan sociale opvang direct erna.
- Negatieve of afwijzende reactie van de omgeving.
- Geheimhouding of schaamte.
- Vertraagde of afwezige hulpverlening.
- Gebruik van alcohol of drugs als coping.
5. Wat gebeurt er in het brein bij trauma?
Bij onverwerkt psychotrauma blijven de hersenen een gevaarsignaal afgeven, ook als er geen actueel gevaar meer is. Het zenuwstelsel staat als het ware vast in de alarmstand. Dit verklaart waarom mensen met PTSS klachten houden, zelfs als de bedreigende situatie allang voorbij is.
Wat onderzoek (onder meer LeDoux, Van der Kolk, Shin et al.) consistent laat zien:
- Verhoogde glutamaatwaarden, waardoor het systeem sneller getriggerd wordt.
- Chronische overactivatie van de amygdala, de gevaardetector van het brein.
- Onderfunctie van de prefrontale cortex, waardoor de remming op emotie minder werkt.
- Verkleining of verminderde activiteit van de hippocampus, met als gevolg dat herinneringen niet goed worden opgeslagen in het langetermijngeheugen en daardoor blijven terugkomen alsof ze nu gebeuren.
- Lichamelijke klachten als directe uiting van de aanhoudende stressrespons: spanning, slaapproblemen, hartkloppingen, spijsverteringsklachten.
Alleen al uitleg geven over dit proces werkt therapeutisch. Wanneer mensen begrijpen wat er in hun brein en lichaam gebeurt, neemt de angst voor de klachten zelf af.
6. Drie verwerkingsfactoren
Herstel na een traumatische ervaring vraagt om samenspel van drie elementen. Wanneer een van de drie ontbreekt, stagneert de verwerking.
Cognitieve verwerking
Het vermogen om de ervaring te begrijpen, te benoemen en na te denken over oorzaak, betekenis en gevolg. Het gevaar hier is om te veel in het hoofd te blijven zonder de bijbehorende emoties te voelen.
Emotionele verwerking
Het toelaten en doorvoelen van angst, verdriet, boosheid en schaamte. Niet vermijden of wegduwen. Vooral mensen met een hoog IQ zijn geneigd te rationaliseren en de emotie over te slaan, wat verwerking blokkeert.
Betekenisverlening
Hoe geeft iemand betekenis aan wat er is gebeurd? Negatieve betekenisverlening (schaamte, zelfverwijt, schuld) vertraagt herstel. Realistische, milde betekenisverlening is een van de krachtigste herstelfactoren. De omgeving speelt hierin een cruciale rol.
7. Bewezen en ondersteunende behandelvormen
De goede boodschap: PTSS en zelfs complex trauma zijn behandelbaar. Hieronder een overzicht van de meest gebruikte methoden, met de werkwijze van Praktijk Levenswerk.
EMDR
EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) wordt internationaal beschouwd als gold standard bij PTSS. De therapeut brengt de client kort terug naar de belastende herinnering en biedt tegelijk afleidende prikkels aan, meestal oogbewegingen. Hierdoor verliest de herinnering haar emotionele lading. Klachten verminderen vaak snel. Lees meer over onze EMDR-aanpak.
Brainspotting
Brainspotting is een lichaamsgerichte methode waarbij blikveld en lichamelijke activatie worden verbonden. De therapeut zoekt samen met de client een specifiek punt in het blikveld dat resoneert met een traumatische lading. Vooral effectief bij dieper, somatisch opgeslagen trauma. Lees meer over Brainspotting.
Ademtherapie
De ademhaling is een directe ingang naar het autonome zenuwstelsel. Bij chronische trauma-activatie is de ademhaling vaak hoog en oppervlakkig. Met gerichte ademoefeningen kan de nervus vagus worden gestimuleerd, wat het systeem helpt te kalmeren. Lees meer over Ademtherapie.
Bio-energetische therapie
Trauma slaat op in het lichaam, zo betoogde Wilhelm Reich al in de jaren dertig en later zijn leerling Alexander Lowen. Bio-energetische oefeningen helpen om vastgezette spanning, woede en verdriet veilig te ontladen. Lees meer over Bio-energetische therapie.
Focustherapie
Focustherapie van Eugene Gendlin werkt met het lichamelijke gevoel (felt sense) dat onder gedachten en emoties ligt. Behulpzaam wanneer woorden tekortschieten of wanneer de client geneigd is te rationaliseren. Lees meer over Focustherapie.
Gestalt en systemisch werk
Bij interpersoonlijk trauma kunnen Gestalt-technieken (zoals het lege-stoel-werk) en Systemisch werk helpen om patronen, loyaliteiten en familiedynamieken zichtbaar te maken en te verzachten.
Innerlijk kindwerk en deelwerk
Bij vroeg trauma raken delen van de persoonlijkheid soms afgesplitst. Werken met deze delen, vaak gecombineerd met visualisatie of hypnotherapie, helpt om innerlijke veiligheid te herstellen.
8. Onze geintegreerde aanpak bij Praktijk Levenswerk
In de praktijk werken wij integratief: we combineren EMDR en Brainspotting met lichaamsgericht werk (adem, bio-energetisch, focus) en, waar nodig, systemische interventies. Trauma zit immers niet alleen in het verhaal, maar ook in het lichaam en het zenuwstelsel. Een puur cognitieve aanpak schiet bij ernstig trauma vaak tekort.
We werken in fases:
1. Stabilisatie: rust en veiligheid herstellen, psycho-educatie geven, lichaam en zenuwstelsel kalmeren.
2. Verwerking: gerichte traumaverwerking met EMDR, Brainspotting of lichaamsgerichte methoden.
3. Integratie: nieuwe betekenis geven, vaardigheden verstevigen en herstel bestendigen.
Lees meer over ons volledige therapieaanbod of bekijk onze pagina over individuele therapie.
9. Wanneer professionele hulp inschakelen?
Twijfel je of jouw klachten te maken hebben met trauma? Een paar herkenbare signalen:
- Je beleeft regelmatig flashbacks, nachtmerries of opdringerige herinneringen.
- Je vermijdt situaties, plaatsen of mensen die met een ingrijpende gebeurtenis te maken hebben.
- Je voelt je vaak hyperalert, prikkelbaar of overspannen.
- Je hebt last van slaapproblemen, concentratieproblemen of een kort lontje.
- Je voelt je leeg, verdoofd of afgesneden van anderen.
- Lichamelijke klachten (spanning, pijn, vermoeidheid) blijven aanhouden zonder duidelijke medische oorzaak.
Wanneer deze klachten langer dan een maand aanhouden en je dagelijks leven beinvloeden, is professionele begeleiding zinvol. Vroeg starten verkort het herstelproces aanzienlijk.
10. Hoop: het brein is plastisch
Misschien wel de belangrijkste boodschap: trauma is niet je identiteit, maar een verwonding die kan helen. Het brein is plastisch en het zenuwstelsel kan opnieuw leren wat veiligheid is. Met de juiste begeleiding, geduld en een veilige relatie keert ruimte, rust en regie terug.
Wetenschappelijke bronnen
- American Psychiatric Association (2013). DSM-5.
- World Health Organization (2018). ICD-11, Complex PTSD.
- Kessler, R. et al. (2005). Lifetime prevalence and age-of-onset distributions of DSM-IV disorders. Archives of General Psychiatry.
- de Vries, G. en Olff, M. (2009). The lifetime prevalence of traumatic events and posttraumatic stress disorder in the Netherlands. Journal of Traumatic Stress.
- Van der Kolk, B. (2014). The Body Keeps the Score. Viking.
- LeDoux, J. (1996). The Emotional Brain.
- Shin, L. et al. (2006). Amygdala, medial prefrontal cortex, and hippocampal function in PTSD. Annals of the New York Academy of Sciences.
- Shapiro, F. (2017). Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR), Basic Principles, Protocols, and Procedures.
- Grand, D. (2013). Brainspotting: The Revolutionary New Therapy for Rapid and Effective Change.
- Gendlin, E. (1981). Focusing.
- Lowen, A. (1975). Bioenergetics.
- Porges, S. (2011). The Polyvagal Theory.
Klaar om de eerste stap te zetten?
Bij Praktijk Levenswerk in Musselkanaal werken Arjo Ballast en Jeanette Wiersema integratief en lichaamsgericht aan traumaverwerking. Geen wachtlijst, intake binnen 14 dagen. Neem vandaag nog contact op via onze contactpagina en ontdek wat onze aanpak voor jou kan betekenen.
